Ron Drukker: al vijftien jaar een stille kracht bij De DOG.

Wie op Tennisvereniging De DOG rondloopt, kent hem vrijwel zeker: Ron Drukker. Al vijftien jaar is hij secretaris van de vereniging en daarmee een van de vaste pijlers onder het bestuur. Een rol die hij jarenlang combineerde met een drukke baan, en die sinds zijn pensionering nog steeds met evenveel betrokkenheid wordt ingevuld.
“De eerste dertien jaar deed ik het naast mijn werk,” vertelt Ron. “Dat was soms passen en meten. Nu ik met pensioen ben, is het makkelijker te combineren.” Gemiddeld besteedt hij twee tot drie uur per week aan zijn secretariaatstaken: mailverkeer, vergaderingen voorbereiden, notulen maken en gesprekken voeren. Toch zijn er ook periodes waarin de tijdsinvestering flink oploopt, zoals tijdens de recente verbouwing van de kantine of de gesprekken met TCU. “Toen was ik hier bijna elke dag.”
Regelen zit in het bloed
Wat Ron drijft, is duidelijk: hij is een regelaar. “Dat heb ik altijd gedaan, ook in mijn werk als directeur van een Integraal Kindcentrum. Ik hou ervan om dingen te organiseren, oplossingen te zoeken en af te maken.” Extra uren maken vindt hij dan ook geen probleem. “Als je het eindresultaat ziet, zoals de vernieuwde kantine, dan ben ik daar trots op.”
Die inzet blijft niet onopgemerkt. In de kantine krijgt hij regelmatig positieve reacties van leden. Kritiek is er soms ook, maar daar gaat Ron nuchter mee om. “We kunnen het nooit voor iedereen honderd procent goed doen. Dan zeg ik wel eens: er is altijd plek in het bestuur.”
Bestuur met vacatures
De afgelopen jaren zijn extra uitdagend geweest voor het bestuur van De DOG. De vereniging is al twee jaar zonder voorzitter en ook de functie parkbeheer is vacant. Dat betekent dat taken automatisch bij andere bestuursleden terechtkomen, en vaak bij Truus of Ron. “Dat snap ik wel,” zegt hij. “De meeste bestuursleden werken nog overdag. Dan wordt er toch naar ons gekeken.”
Volgens Ron wordt de rol van voorzitter vaak overschat. “Als je goed delegeert, valt het reuze mee. Zes bestuursvergaderingen per jaar voorzitten, zichtbaar zijn, een woordje doen – dat kunnen veel mensen.” Toch is hij duidelijk “Alle rollen moeten ingevuld blijven” Het is belangrijk om een volwaardig bestuur te hebben.
Samen de schouders eronder
Binnen De DOG wordt gelukkig veel werk verdeeld. Zo zijn sponsoring en parkbeheer-zaken inmiddels bij andere bestuursleden ondergebracht. Ook buiten het bestuur steken vrijwilligers regelmatig de handen uit de mouwen. De gezamenlijke schoonmaakochtenden zijn daar een goed voorbeeld van. “Dat zijn gezellige ochtenden. Iedereen is bezig, je leert elkaar beter kennen en het park knapt enorm op.”
Zorgen én vertrouwen in de toekomst
Als secretaris kijkt Ron ook vooruit. Het ledenaantal is momenteel redelijk stabiel, met zo’n 485 leden inclusief slapende leden. Toch ziet hij een uitdaging in de leeftijdsopbouw. “We hebben veel oudere leden en relatief weinig jeugd. Dat kan op termijn gevolgen hebben voor vrijwilligers, bardiensten en financiën.”
Ook de tennisbanen vragen aandacht. Ze zijn technisch afgeschreven en het bestuur kijkt al vooruit naar mogelijke vervanging. “Wat kost dat tegenwoordig, en is het geld dat we opzij hebben gezet voldoende? Dat soort vragen moeten we nú al stellen.”
Vrijwilligerswerk verrijkt
Voor Ron is vrijwilligerswerk onlosmakelijk verbonden met verenigingsleven. “Het verrijkt je leven. Je bouwt sociale contacten op, je leert mensen buiten je eigen wereld kennen en je hoort ergens bij.” Dat vraagt tijd, maar volgens hem is die tijd vaak wel te vinden, als je het wilt.
Zijn boodschap aan de leden is dan ook helder: “Je hoeft niet meteen in het bestuur. Kleine dingen helpen ook. Meedoen aan een schoonmaakochtend, wat tuinwerk, even bijspringen. Het is jouw vereniging.”
De kracht van De DOG
De grootste kracht van De DOG zit volgens Ron in de saamhorigheid. “Het is gemoedelijk, iedereen kan meedoen, ongeacht niveau. Mensen springen bij als het nodig is.” Juist die sfeer maakt de vereniging bijzonder. “Het is gewoon een prettige club om bij te horen. En dat moet zo blijven.”
